DIMDY.NL

Peter en Lucie Furer

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Geschiedenis

E-mail Afdrukken PDF

 "Waarom zouden we opnieuw het wiel uitvinden?" Daarom hebben wij wat op het net rond gegoogled en een samenvatting in Wikipedia en een gedetailleerd onderzoek op de site van Sue Ann Bowling gevonden. U vindt de Nederlandse vertalingen van beide teksten hieronder.  

Samenvatting door Wikipedia

De Sheltie is afkomstig van de Shetland Eilanden bij de noordkust van het Schotse vasteland. In tegenstelling tot veel miniatuurrassen die op hun grotere tegenhangers lijken, werd dit ras niet gefokt uit de gewone Ruwe (Schotse) Collie door selectief de kleinere exemplaren te kruisen. Het ras is eerder het resultaat van het kruisen van Border Collies met verschillende andere herdershondenrassen in de loop van de afgelopen eeuwen.

Zijn exacte oorsprong is niet bekend, maar we denken dat de Sheltie het resultaat is van het kruisen van Scandinavische herdershonden met de voorouders van de Border Collie en de Ruwe (Schotse) Collie. Mogelijk is daarbij ook gekruist met de Groenland Yaki en de IJslandse Hond. De recentere kruisingen omvatten (begin 19e eeuw) Dwergkezen, die groter waren dan de huidige Dwergkezen, Papillions, en een corgi-achtige hond. Later in de 19e eeuw en in het begin van de 20e eeuw, werd er gekruist met de Ruwe (Schotse) Collie om het originele type te bewaren. Toen werd de Shetland Sheepdog ook Shetland Collie genoemd.

In het jaar 1909 was de erkenning van Sheltie door de Engelse Kennel Club een feit, met het eerste geregistreerde Sheltieteefje met de naam Badenock (PF: toen nog Shetland Collie). De eerste Sheltie die (in 1911) door de  Amerikaanse Kennel Club werd geregistreerd was "Lord Scott".

Ironisch genoeg, is de Shetland Sheepdog slechts sporadisch te vinden op de Shetland Eilanden en is zijn plaats ingenomen door de Border Collie.

denzell_band_groot.png

De Geschiedenis van de Shetland Sheepdog

Vertaling van "Sheltie History" van Sue Ann Bowling
http://bowlingsite.mcf.com/SheltieHistory.html

De Shetland Sheepdog (hierna Sheltie) is nog een vrij jong ras. Waarschijnlijk stamt het ras af van Scandinavische herdershonden waar ook de Noorse Buhund of de IJslandse hond van afstammen. (De Noordse herdershonden worden zelden vermeld in de geschiedenis van het ras, maar er is genoeg reden om te veronderstellen dat de originele Noordse kolonisten die naast hun kleine schapen, koeien en paarden ook hun honden meebrachten. Er is archeologisch bewijsmateriaal van dergelijke honden van vóór de overdracht van de Shetland Eilanden aan Schotland.)

Het is aannemelijk dat toen de grotere schapen op de Schotse eilanden werden ingevoerd, deze werden vergezeld door working collies waarvan later de huidige Schotse Collie en Border Collie afstammen. Maar ook andere Schotse honden zullen zijn geïmporteerd. Daarnaast zullen de honden zijn gekruist met honden van de vissersvloten, in het bijzonder met de IJslandse hond en de Yaki.

Zonder twijfel probeerden keuterboeren (van oorsprong kleine deelpachters die als vissers werkten en in veel gevallen niet een eigen boot bezaten) uit hun honden de beste herdershonden te kruisen. Op dat ogenblik ging het met name om honden die geschikt waren voor het werken met kleine aantallen Shetland schapen, Shetland koeien en misschien zelfs pony's. Allen waren klein, en met name de schapen waren uiterst wild en behendig, waardoor  behendigheid, snelheid, gehoorzaamheid en de capaciteit om op een minimum van voedsel te werken werden gewaardeerd boven grootte of capaciteit om een luie kudde (wat nu „macht" in Border Collies wordt genoemd) te intimideren. Als de eigenaar van schapen met Shetland-bloed kan ik beamen dat het uiterst „lichte" schapen zijn. De verschijning zou totaal onbelangrijk geweest zijn, en het oude idee van herders die niet van witte honden hielden omdat zij moeilijk van de schapen waren te onderscheiden doet hier totaal geen opgang, aangezien de Shetland schapen in elke mogelijke kleur voorkomen. (Één van mijn schapen is  3/4 Shetland en 1/4 Fins en is gekleurd als een typische zwart-witte Border Collie.)

Twee verhalen die vaak over vroege Shelties worden vermeld zouden hier moeten worden vermeld. Het eerste, waarschijnlijk ware (of meest logische) verhaal komt erop neer dat de honden niet zo zeer voor het hoeden van de half-wilde schapen dienden als wel voor het uit de (moes)tuinen houden van die schapen. Mijn sheltie probeert het in ieder geval te doen, wanneer er een rendier op het erf wil komen!

Het tweede, minder waarschijnlijke verhaal, luidt dat de honden samen met de schapen naar de eilanden werden vervoerd met de boot om ze vervolgens daar achter te laten. Schapen en honden moesten zich vervolgens zelf weten te redden. Waarom? Er is geen reden om te veronderstellen dat Shelties ooit "roofdiercontrolehonden" waren, terwijl op de Shetland Eilanden geen roofdieren voorkwamen. Daarnaast zou het hoeden allen maar hoeven plaats te vinden wanneer de schapen weer terug in de boten moesten, en wat moesten de honden eigenlijk eten?

Tenzij...

Zouden de Shelties misschien op de eilanden worden achtergelaten om de kleine groepen schapen tegen vogelaanvallen te beschermen? Het niet ongebruikelijk voor de huidige Shelties om zeer geïnteresseerd in en beschermend tegen vogels te reageren. Mijn eigen eerste Sheltie had meer herdersinstinct dan welke ik daarna ook heb gehad. Hij was ook de ergste autojager die ik ooit heb gehad - ik heb uiteindelijk een elektrische schokkraag moeten gebruiken om de gewoonte te doorbreken. (Als algemene regel geloof ik niet in schokkragen bij de opleiding, maar wanneer het een geval is om een gewoonte te breken die tot de dood van de hond zou kunnen leiden, zul je ze wel moeten gebruiken) Hij op een gegeven moment zelfs vliegtuigen en helikopters gaan jagen, die op een gegeven moment vlakbij landden. Ik had hem ooit mee bij een bezoekje aan mijn vader die vlakbij een luchtmachtbasis woonde Het kwam voor dat de vliegtuigen om de vijf minuten over het erf vlogen. Derry kroop onder de omheining van het erf aan kant van de aanvliegroute, van enthousiasme trillend, om vervolgens het vliegtuig langs de rand van het erf na te jagen. Mijn vader zei terecht dat hij in zijn aan zichzelf opgelegde taak, elke weer succesvol was, aangezien er geen enkel vliegtuig op het erf landde.
Ik was altijd wat benieuwd wat hij zou doen als hij ooit een vliegtuig haalde maar, kon het misschien toch een vorm van (historisch) instinct om "de schapen" te heoden voor de vogels?

Terug naar geschiedenis van de Sheltie. Het toerisme (hoewel misschien niet onder die naam) werd belangrijk voor de economie van de Eilanden tijdens de 19e eeuw en één van de dingen de Eilandbewoners aan de toeristen konden verkopen waren hun kleine honden. De toeristen hielden van kleine, pluizebollen, en veel van de Eilandbewoners begonnen met het kruisen met alles wat klein en pluizig was. Het gebruik van een Prins Charles Spaniel die was achtergelaten door een jacht wordt vermeld door Catherine Coleman, en ook Dwergkezen worden vaak vermeld. (Van belang in dezen: Dwergkezen waren bij het begin van de 20e eeuw veel groter dan vandaag. Ik heb een foto van een typische Dwergkees van het artikel van Honden in de Encyclopedie Britannica van 1905, en de hond lijkt meer op een kleine Samoyed dan een moderne Dwergkees)  Een aantal honden leek ook verdacht veel op Papillions. Sommige waren ook zeer kortpotige en konden wel eens Corgi-bloed hebben. Ik heb me altijd afgevraagd of de gestroomde (brindle) kleur, die vanaf het begin af aan werd geweerd afkomstig was van de Schotse Terriër. In dat geval kon het verbod op de gestroomde kleur ook wel eens gericht zijn op het weren van de nakomelingen van een terriërkruising. (Een ander potentiële en wellicht aanvaardbaardere bron voor de brindle kleur zou de Cardiganshire Welse Corgi kunnen zijn).

Tegen het eind van de negentiende en vroeg in de 20e eeuw, realiseerden enkele Eilandbewoners dat het originele ras verdween. De ene groep begon met het kruisen met Collies om het originele type terug te krijgen. (Let op: de Collie aan het eind van de 19de eeuw was niet zelfde Collie als de Collie zoals die hedentendage voorkomt. Hij leek meer op de oude landbouwbedrijfCollie)
Anderen verdedigden dat er alleen moest worden gefokt met een selectie van honden die het meest op de oorspronkelijke honden leken. Een derde groep bleef trouw aan de kleine en mooie, pluizige huisdieren. In het begin van de 19e eeuw werden Shelties van alle drie types tentoongesteld. Collie fokkers, die tegen die tijd de verschijning van moderne showCollie beduidend hadden benaderd, waren woedend over de naam die deze kleine bastaards (eigenlijk een vrij milde beschrijving voor sommige honden) hadden gekregen, namelijk Shetland Collie. Binnen een paar maanden na de eerste registratie slaagden ze er dan ook in om de Kennel Club ertoe te bewegen om de naam van het ras in de Shetland Sheepdog te veranderen. De honden die de meeste invloed op onze moderne Sheltie hebben, echter, waren de Colliekruisingen.

Ik zal niet proberen om de politieke geschiedenis van het ras te volgen, opmerkend slechts dat Colliekruisingen - en de conflicten over deze kruisingen - voor minstens de eerste drie decennia van de 20ste eeuw verder gingen, met veel bekritiseerde kruisingen die zich in de jaren '30 uitbreidden en veel later in de Verenigde Staten evenals Groot-Brittannië. In diverse tijden leidden de conflicten tot afgescheiden clubs voor het ras. De verschillen tussen de regels voor kruisingen binnen de Kennel Club en de American Kennel Club, en hun veranderingen, leidden eigenlijk tot het verlies van de mooiste lijnen toen zij werden ingevoerd en niet in de Verenigde Staten konden worden geregistreerd. De uiteindelijke winnaars, echter, waren de Collie-achtigen.

De eerste registratie bij de Kennel Club was Badenock Rose in de Kennel Gazette van Maart 1909. (In Groot-Brittannië, vind je in het Stud Book resultaten terwijl je in de Kennel Gazette registraties kunt vinden) Rose, die niet achter moderne Shelties verschijnt, werd geregistreerd als een Shetland Collie onder „Iedere andere Britse, buitenlandse en koloniale verscheidenheid." Zij werd gefokt door haar eigenaar, M.W. Wolfenden, en werd geboren op 20 november 1907. Over het geheel genomen, werden 28 Shelties geregistreerd in 1909, van minstens vier daarvan stammen moderne kampioen-Shelties af: Lerwick Tim en Trim en de teefjes Inverness Topsy (Familie 11) en Inga (Familie 13). Vanaf  Mei tot September was er geen enkele registratie. Uiteindelijk verschenen er 12 Shelties in de oktober-uitgave van 1909, dit keer als Shetland Sheepdog, maar wel nog steeds als subcategorie van „Iedere andere Britse, buitenlandse en koloniale verscheidenheid." Pas in 1914 werd de Shetland Sheepdog als apart ras erkend.

De eerste Shetland Sheepdog in het in 1914 gepubliceerde Stud Book (onder "iedere andere verscheidenheid of ras" en vermeld naast Saluki Shami, Creston Spaniels en kruisingen) was Kilravock Laddie, een zoon van Inverness Topsy. Laddie vertegenwoordigt de vaderslijn IH (die na zijn grootvader, Inverness Hoy wordt genoemd) en was de vader van de Engelse kampioen Walesby Select, die zijn Kampioenschap na de Eerste Wereldoorlog behaalde en later in de Verenigde Staten werd ingevoerd. Select zit achter moderne Shelties door verscheidene van zijn Engelse nakomelingen, maar de vaderslijn eindigde met hem.

Een totaal van 46 Shelties verschenen in het Stud Book van 1918 (rapporteert over shows van 1917). Geregistreerde bloedlijnen en de kleuren geven sommige interessante inzichten. De helft van de honden was tricolor. De kleur die daarna kwam, met 11 registraties (minder dan kwart van het totaal) was sable, met en zonder wit. De rest omvatte acht black and white, drie black and tan, en één bleu, tan and white (dat was Peat die overigens niet valt te vergelijken met een blue merle). Lerwick Jarl, een oudere niet geregistreerde hond van opmerkelijk type, was waarschijnlijk de belangrijkste vader en grootvader tijdens het vroege deel van de periode. Zijn lijn bleef kampioenen na de Oorlog produceren. Jarl schijnt in foto's een zwart-witte hond te zijn, en veel van zijn nakomelingen waren tricolors of zwarte en wit. Hij zit zeker achter moderne Shelties en zijn vaderslijn leidde in Canada tot kampioenen tot bijna het begin van Wereldoorlog II.


Lerwick Jarl, een belangrijke reu in het vroege deel van de 20ste eeuw. Hoewel Jarl te vroeg moest worden geshowd, en zelfs nooit is geregistreerd bij de Kennel Club, domineerden  zijn nakomelingen de eerste shows in Engeland. Waarschijnlijk stamt hij af van de vroege kruisingen op de Shetland Eilanden met de kleine werk-Collies. De eerste Kampioen van de V.S., en enige import van voor de eerste Wereldoorlog  die vandaag nog levende nakomelingen (via nakomelingen die in Groot-Brittannië worden verwekt) heeft, is CH Lerwick Rex, volledige broer van Jarl.

Rond 1915, echter, ontstond een nieuwe lijn met Glebe Challenger en Suzanne of Mountfort, beiden verwekt door een hond die April 1914 als Wallace, uit de niet geregistreerde Butcher Boy en de niet geregistreerde Jean. Dit was het begin van lijn de van BB (de Butcher Boy) die de Britse fokkerij van nu overheerst.

Dan worden de shows en het fokken gestopt door de Eerste Wereldoorlog. De honden geboren tijdens deze periode werden uitgesloten van shows tijdens hun leven. Het ras was nog niet sterk genoeg, in aantallen of kwaliteit, om deze beperking het hoofd te bieden, en veel van de prominente bloedlijnen van voor de Oorlog gingen verloren. Miss E.P. Humphries, de eigenaar van Wallace en één van de weinig fokkers die nog honden registreerde tijdens de Oorlog, nam een historische maatregel, hoewel controversiële, en combineerde Wallace met Teena, die wordt beschreven als een 18 inch gouden sable Collie met een witte bles en prikoren. Het resultaat van deze combinatie War Baby of Mountfort werd geregistreerd als geboren op 17 April, 1918. Ofschoon War Baby of Mountfort nooit kon worden geshowd, had hij een enorme invloed op recentere stambomen.

Zoals eerder vermeld, waren Collie kruisingen, in geen geval onbekend onder fokkers van Shelties. Van CH Woodvold, de tweede Engelse Kampioen van het ras, was alom bekend dat zijn moeder, Gesta, een Collie was. Volgens zijn officiële registratie, echter, is zijn moeder de (niet geregistreerde) Gesta eigendom van zijn fokkers, Keith en Ramsay. Er wordt natuurlijk niets vermeld over een eventuele Collie. Ik ben bezig met mijn onderzoek van de originele registratie van andere mogelijke Colliekruisingen, maar er zijn zeker geen kruisingen bekend van vóór 1915, en ik denk dat War Baby de eerste kruising is die officieel geregistreerd werd. De kruisingen vonden ongetwijfeld plaats, en velen waren ook bekend onder de fokkers. Maar weinigen werden officieel gemeld aan de Kennel Club. In sommige gevallen werd de Collie-ouder vermeld als niet geregistreerde Sheltie, in andere gevallen bleef de kruising niet geregistreerd en werd als niet geregistreerde Sheltie getoond in toekomstige generaties. In een aantal gevallen werd de Collie geregistreerd met een Sheltie-stamboom. Het bewijsmateriaal voor een aantal gevallen duikt hedentendage nog op; van een aantal zal de waarheid nooit bekend worden.

Teena ging in ieder geval naar J.G. Saunders van Helensdale. Daar werd zij gekruist met één van de beste Sheltie-zonen van Wallace, Rip of Mountfort (uit de niet geregistreerde Lerwick Mona, waarvan de afkomst bekend is door de overleving van een met de hand geschreven stamboom.) Algemeen wordt aangenomen dat het nestje, geboren 1 November, 1920, bestond uit vier teefjes. Tiny Teena of Mountfort werd geregistreerd door Miss Humphries als dochter van Teena (Collie). Silverlining werd geregistreerd door M. Saunders als dochter van Teena, zonder kwalificatie. KoKo en Printfield Bess werden nooit geregistreerd. War Baby en de vier teefjes hadden zo'n grote invloed op de moderne Sheltie dat Teena in tussen 5 en 8 percent aan de oorsprong staat van de stambomen van moderne Britse Shelties en tientallen duizenden tot miljoenen keren in de stamboom verschijnt. Het percentage in de Verenigde Staten is enigszins lager - rond vier en een half percent - misschien wegens de weigering van AKC om een aantal van de naaste nakomelingen van Teena te registreren.

(Sonja Perklin en ik hebben onlangs met de hand geschreven bewijsmateriaal ontvangen waaruit zou kunnen worden geconcludeerd dat een hond, Bayview Jock of Jack, vader van de niet geregistreerde Dondy Caesar, wel eens uit het zelfde nest zou kunnen komen als de vier teefjes. Dit is van een met de hand geschreven stamboom die in de documenten van een vroege Zweedse fokker wordt gevonden van wie de eerste Sheltie, Sw CH Connis of Redbraes, door een zoon van Dondy Caesar werd verwekt. Een aantal moderne Europese lijnen stamt af van Connis. Een andere zoon van Dondy Caesar, Dondy Tinto, is de vader van Linda of Clerwood (ex Golden Lady of Mountfort), moeder van CH Lochinvar of Clerwood. Deze hond komt terug in de stamboom van Crag van Eng/Am/Can CH van Exford, die in de moderne Amerikaanse ROM stambomen terugkomt via ROM van Conquistador van CH Kismet)

Rip of Mountfort werd gekruist met zijn eigen half-Collie dochter, Printfield Bess. Daaruit kwam Forward voort. Deze hond was een succesvolle dekreu, zijn belangrijkste zoon is Helensdale Emerald die Eng/Am CH Rob Roy O'Page's Hill verwekte. Deze lijn beïnvloedde lang sterk de vroege Amerikaanse stambomen, maar hield niet lang stand als sirelijn.

Uit de combinatie War Baby en Wallace' dochter Suzette of Mountfort kwam Rufus of Mountfort voort, geboren op 10 November 1920. Teena's dochter KoKo was naar M.D. MacGregor gegaan, die haar met Rufus kruiste. Één van de pups ging terug naar Miss Humphries en werd geregistreerd als Specks of Mountfort (later een Engels Kampioen). Miss Humphries had ondertussen War Baby gekoppeld aan Wallace' dochter Christmas Box of Mountfort. Uit die combinatie werd Princess of Mountfort geboren. Uit de combinatie Specks en Princess werd op 17 Februari 1925 Peter Pan of Mountfort geboren. Deze pup werd gekocht door E.G. Pierce, een andere fokker die met nakomelingen van Teena werkte, die de hond een ander naam gaf, namelijk Eureka Park Eltham. Hij won zijn eerste kampioenschap toen hij nog geen jaar oud was, en eindigde het volgende jaar met een indrukwekkende reeks van 6 Challenge Certificats. Gelukkig voor het ras, verwekte hij een aantal nesten in Engeland alvorens hij werd uitgevoerd naar de Verenigde Staten. Gelukkig, omdat zijn export-stamboom (en zijn stamboom in het StudBook) War Baby vermeldden als een kruising en AKC weigerde om Eureka te registreren.

Een nieuwe lijn, echter, verscheen reeds. Chestnut Rainbow, hoewel zelf niet geregistreerd, was de zoon van twee geregistreerde Shelties, Irvine Ronnie en Chestnut Lassie. In ieder geval op papier is hij het resultaat van een broer-zuster-combinatie tussen twee echte Eiland-Shelties, en een dubbele over-over-over-kleinzoon van Lerwick Jarl. Hij werd gekruist met een niet geregistreerd wijfje, Chestnut Sweet Lady, die vermoedelijk een volle zuster is van de moeder van Rainbow, Chestnut Lassie. In feite, blijkt het dat Chestnut Sweet Lady een tricolorCollie wijfje was met een bochtige bles, uit de lijn van de Mountshannon Collies. Over de kruising is nauwelijks (en dan met grote behoedzaamheid) iets op papier vermeld, maar het schijnt alom bekend te zijn geweest binnen het fokkerswereldje..


Chestnut Lassie, moeder van de Chestnut Rainbow en vermeende volle zus van Chestnut Sweet Lady

Het nestje, geboren op 20 Februari 1924, bestond uit zeven pups. Twee van de mannetjes (Chestnut Bud en Chestnut Lucky Boy, de laatstgenoemde in directe mannelijke lijn achter bijna alle moderne Kampioenen van de V.S.) en één van de wijfjes (Eng CH Redbraes Magda) verschenen in dezelfde uitgave van het Studbook als Eureka. De andere twee mannetjes (Redbraes Rollo en Nut of Houghton Hill) zijn de voorvaders van mannelijke dynastieën die vandaag nog produceren. De resterende wijfjes (Chestnut Blossom en Chestnut Garland) worden ook goed vertegenwoordigd in moderne stambomen. De kruising werd drie jaar later herhaald, maar dit keer kwam Chestnut Sweet Lady ten tonele als Rubislaw Dame Fayre (niet geregistreerd). Daaruit komt Eng CH Tilford Tontine voort, de belangrijke producent van Engelse kampioenen tot Eng CH. Riverhill Rare Gold.

De invloed van de Chestnutnakomelingen is dusdanig dat van de Amerikaanse Shelties van vandaag ruwweg 22% afkomstig is van Chestnut Sweet Lady. Het percentage in de Britse lijnen ligt tussen 15% en 20%, maar de lagere waarden zijn voor een deel het gevolg van het feit dat niet geregistreerde Shelties, die waarschijnlijk afstamden van Chestnut Sweet in Groot-Brittannië werden geaccepteerd voor registratie tot na Wereldoorlog II

De moderne Amerikaanse Sheltie is bijna volledig afkomstig van honden die tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog zijn geïmporteerd, over het algemeen "naaste" nakomelingen van Chestnut Sweet Lady-kruisingen. De invloedrijkste reu in de moderne stambomen van de V.S., Wee Laird O'Downfield van CH (rond 27% van moderne stambomen) en de drie invloedrijkste wijfjes (Ch Ashbank Fairy [8%], Natalie of Clerwood [6%] en Downfield Grethe [5%] zijn allen verwekt door Eng CH Blaeberry of Clerwood, het resultaat van de kruising van Chestnut Lucky Boy en Chestnut Blossom.

De op één na belangrijkste import in moderne Amerikaanse stambomen, CH Peabody Pan   (10 tot 13%) was een over-over kleinzoon van Redbraes Rollo in de directe mannelijke lijn. Op zijn stamboom komen ook Chestnut Lucky Boy,  Chestnut Bud, Chestnut Blossom, Eng CH Redbraes Magda, War Baby of Mountfort, Tiny Teena of Mountfort, Printfield Bess, en KoKo voor. In Groot-Brittannië zijn de Houghton Hill- en de Exford-lijnen sterk gebaseerd op Nut of Houghton Hill. Zelfs hedentendage, nu bijna alle Britse Shelties afstammen van de War Baby of Mountfort, gaan de lijnen via Chestnut kruisingen.

Vermeldenswaard is dat de Shetland Sheepdog één van de weinig rassen is waarvan de vaderlijnen en moederlijnen goed te vinden zijn. In Groot-Brittannië, wordt de publicatie van de nieuwe CC-winnaars het ESSC-bulletin, The Nutshell, vergezeld van de lijn (hoogste lijn van de ras, gevonden vader op vader of stamvader) en familie (bodemlijn van de ras, gevonden moeder op moeder dam of "stammoeder"). Veel andere landen volgen de zelfde praktijk, en koppelen hun eigen lijnen en families aan de Britse lijsten. De lijnen worden gewoonlijk aangeduid met de initialen van de niet geregistreerde stamouder van de lijn, terwijl de families van 1 tot 25 worden genummerd. (Er schijnt een voorlopige Familie 26 te bestaan in Europa.)

De eerste twee Handboeken van ASSA omvatten genealogielijsten, en ik heb zelf een paar van de eind tachtiger jaren (PF: van de 20e eeuw, wel te verstaan) lijsten voor de Kampioenen van de V.S. gemaakt, waarbij ik gebruik heb gemaakt van de door Bob Miller gemaakte computerbestanden met de lijnen en de families. Het probleem is dat er per jaar zoveel Kampioenen in de Verenigde Staten zijn dat het schier onmogelijk is om alles om te zetten in de standaardlijsten. De lijn- en familielijsten voor alle Register van Verdienste-Shelties (Merit Shelties), zijn in overzichtsformaat on line beschikbaar. In de toekomst, zou ik eventueel de ASSA Best of breed winners die nog niet in de lijnen en families zijn opgenomen eraan kunnen toevoegen.

De informatie is ook on line beschikbaar op de pagina early American kennels and the import waarvan de invloed vandaag de dag nog volop merkbaar is. Voor informatie over de ‘topproducing' Amerikaanse honden sinds het ras zich hier meer vestigde in de laat-twintiger en vroeg-dertiger jaren van de 19e eeuw, verwijs ik u naar het Register of  Merit (ROM) Shelties. Daarnaast is informatie beschikbaar over het klimaat van de Shetland Eilanden, evenals meer algemene informatie over de originele omgeving van Sheltie.

Laatst aangepast op zondag, 04 december 2011 19:04